Blad 1 van 6 bladen. Volgend blad    Laatste blad



see also the short ancestral line for the Vermeer's in Sioux County Iowa (in English)
(P) 1980-2007
Samenstelling: Sietse Vermeer en Rendert Vermeer.
Dank aan dhr. Peter v.d. Born, fam. Uittien-Jacobs, Herderewich, Mrs Wilma J. Vande Berg, Greater Sioux County Genealogical Society, Clark Scholten en vele anderen.


Kaart van Harderwijk, uit Blaeu's Toonneel der Steden (1652)
Het stratenpatroon van Harderwijk is vandaag-de-dag nog vrijwel het zelfde!

Inleiding.
Dit overzicht behandelt de familie Vermeer welke met haar wortels vast is verankerd in Harderwijk.
De stamvader van de Harderwijker, Barnevelder en tevens voorvader van de Spakenburger VERMEER's is genaamd Derick. Hij is ook de stamvader van het geslacht BRANDSEN (een versteend patroniem in een tak waar de naam VERMEER vervalt). Zou Derick vandaag-de-dag geleefd hebben dan zou hij zijn ingeschreven als Derk of Dirk VERMEER, maar in zijn tijd was het gebruik van familienamen absoluut nog niet ingeburgerd, en zeker niet op en rond de Veluwe. Ook moet gezegd worden dat Derick waarschijnlijk stamvader is van vele andere families met een andere geslachtsnaam. Om het geheel leesbaarder te maken is bij al zijn mannelijke nazaten de naam Vermeer tussen haakjes toegevoegd. De naam Vermeer moet bij aanvang van de 17e eeuw al hebben bestaan, maar destijds hanteerde men het patronimicum, een van vader's voornaam afgeleide. Helaas zijn de ouders van onze Harderwijkse stamvader -tot op heden- onbekend, vandaar de toevoeging N.N. (= Nomen Nescio = onbekend). Eertijds was het wel gebruikelijk om bij gezinsuitbreiding de opa's en oma's en ook de ooms en tantes te vernoemen. De periode vóór 1400 is 'grijs' en daarom vrijwel onmogelijk om uit die tijd genealogische gegevens te vinden. De plaats Harderwijk werd voor het eerst genoemd als Herderewich in 1231 (oudste archiefstuk). We missen zeker dus nog een periode van 170 jaren die waarschijnlijk, voor stamvader-onderzoek, wel 'donkergrijs' blijft: bij de desastreuze stadsbrand van 1503 zijn vele Middeleeuwse stukken verloren gegaan.

De Doop-, Trouw- en Begraafboeken, bijgehouden door de kerk, van Harderwijk starten tussen 1590 en 1612. Alle gegevens van voor 1600 zijn ontleend aan de zogenaamde recognitieboeken. Om een handeling rechtsgeldigheid te verlenen, moest die in verschillende Nederlandse gewesten plaatsvinden ten overstaan van een notaris. In Gelderland gebeurde dit echter tot 1811 steeds voor de stedelijke magistraat. De voor hen gepasseerde akten (transporten van onroerende goederen, testamenten, akten van huwelijkse voorwaarden, boedelscheidingen, attestaties enz.) werden afgeschreven in registers. Daarvoor moest een vergoeding -een recognitie- betaald worden. De recognitieboeken zijn in Harderwijk bewaard gebleven vanaf 1453. Zij vormen de beste (en enige) bron van informatie over de dagelijkse dingen in het leven van de Harderwijkers in die tijd.
Zo worden tussen 1453 en 1609 morgengaven, schenkingen op de dag na het huwelijk door de bruidegom aan de bruid, vermeld.
Een ander voorbeeld zijn de erfhuisverburgeringen. Na iemands overlijden moesten de erfgenamen de erfenis 'verburgen', oftewel personen aanwijzen die garant stonden voor de goede afwikkeling van de nalatenschap. De erfgenamen beloofden er voor te zorgen dat de borgen geen financiële schade van de borgstelling zouden lijden.
Als iemand wilde hertrouwen moest hij/zij voor de schepen aantonen dat hij/zij de kinderen van de overledene had 'afgegoed', d.w.z. hun vaders of moeders erfdeel bewezen. Er werd precies omschreven waar de kinderen recht op hadden als erfenis van hun overleden ouder als ze meerderjarig werden. In deze akten worden de namen van alle kinderen genoemd. Tevens geeft het een idee van de financiële positie van de overledene, echter als men niets had, viel er niets te verdelen en werd dus ook geen akte opgemaakt.
De brand die de Fransen in 1673 stichtten, vernielde het huis van Ds.Plancius met het daarin gelegen doopboek van 1649-1673. Het recognitieboek biedt dus ook de mogelijkheid dit gat in de doopboeken te overbruggen.
Van deze bronnen is dankbaar gebruik gemaakt sinds Herderewich (de oudheidkundige vereniging van Harderwijk en Hierden) alles digitaal beschikbaar stelde op cd-rom. Na veel reconstructie-werk is dit overzicht ontstaan dat aanvangt in de late Middeleeuwen. Heel bijzonder!

Eeuwenoude geschriften in het Gemeentearchief van Harderwijk.
(foto: Streekarchivariaat Noordwest Veluwe).


Tak Barneveldse Vermeer's.

De Barneveldse Vermeer's stammen allemaal af van het echtpaar Aalt Toonen Vermeer en Hendrikje Beerts. Aalt werd in 1750 nog in Harderwijk geboren en bleef na zijn huwelijk in 1773 met Hendrikje in Garderen wonen. De Vermeer's die tegenwoordig nog een agrarisch beroep uitoefenen, kunnen met trots zeggen dat zij al zo'n twintig generaties van vader op zoon werkzaam zijn in de landbouw en veeteelt !!!
De tak van de Barnevelders komt op twee punten samen met de andere takken:
1. In mannelijke lijn met het echtpaar Lubbert Jans (Vermeer) en Lubbertje Aelts, gehuwd in 1638.
Zij krijgenen drie zoons. De oudste heet Jan en is voorvader van de Barneveldse Vermeer's, de tweede zoon Aelt is voorvader van de Harderwijkse Vermeer's, de derde genaamd Brandt is stamhouder van de familie BRANDSEN.
2. In vrouwelijke lijn ligt de link dichter bij het heden: Anthony Jansen Vermeer gehuwd in 1744 met Aeltje Evers Vermeer, dochter van Evert Aeltsen Vermeer en Bartje Cornelissen (Harderwijkse tak).

Tak Spakenburgse Vermeer's.
De Spakenburgse Vermeer's stammen af van het echtpaar Pieter Gosuwijn Vermeer en Maria de Graaf. Pieter werd geboren in 1847 te Harderwijk als zoon van Jan Vermeer en Rijntje Hendriks de Wild. Pieter heeft zijn vader nooit bewust mogen meemaken, want Jan overleed in 1848. Zijn moeder Rijntje hertrouwde vervolgens met Gijsbert Klaassen en na diens overlijden met Syste Hamstra. De laatste introduceerde de naam Sytse in de familie. Pieter Gosuwijn noemde namelijk één van zijn zoons naar zijn stiefvader. Hiermee is het misverstand -dat de Spakenburgers wel een Friese voorvader zullen hebben- uit de wereld verbannen.
De tak van de Spakenburgse Vermeer's komt samen met de Harderwijkers bij het echtpaar Rende Vermeer (1753-1826) en Antje Gerrits. Dit zijn de overgrootouders van Pieter Gosuwijn.

Takken in Sioux County, Iowa.
In de 19e eeuw spelen zich twee belangrijke gebeurtenissen af die uitmonden in een grote emigratiegolf naar Amerika. In de jaren 1830 was er een scheuring binnen de Nederduitsgereformeerde Kerk. Ten tweede was er sprake van een economische crisis én meerdere mislukte (aardappel)oogsten. Nederlandse Afgescheidenen stichtten onder leiding van de predikanten A.C. van Raalte en H.P. Scholte in Amerika kolonies in Holland, Michigan en in Pella, Marion County, in het zuiden van Iowa. Ds. Scholte zocht nadat de meeste grond in Pella was vergeven, plaats voor een nieuwe nederzetting. Dit werd uiteindelijk West Branch Township in Sioux County, Iowa. Briefwisselingen met achtergebleven familie in Nederland volgden met het verzoek toch ook naar 'het beloofde land' te komen. De pioniers leefden aanvankelijk in plaggen hutten en moesten enkele zeer moeilijke jaren (1866-1875: sprinkhanenplagen en noodweer) doorstaan. Hun doorzettingsvermogen gaf uiteindelijk de doorslag en de basis van een bloeiende Nederlandse kolonie werd gelegd. Zelfs anno 2004 is het merendeel van de bewoners nog van Nederlandse afkomst.
De eerste tak in Sioux County, in het uiterste noordwesten van de Amerikaanse staat Iowa, stamt af van de broers Evert en Jacob Evertsen Vermeer, zonen van Evert Evertsen Vermeer en Petertje Peters Oudemolen. Jacob vertrok in 1867 met zijn gezin en zijn broer een jaar later. Na rondzwervingen in Michigan en Wisconsin vestigen zij zich uiteindelijk in Sioux Center.
De tweede tak stamt af van Evert Vermeer, zoon van Rende Vermeer en Henderientje van den Broek, in 1910 met zijn tweede vrouw en kinderen uit dat huwelijk naar Hull in Sioux County geëmigreerd. Evert had drie kinderen uit zijn eerste huwelijk. Deze bleven in Nederland.
Eigenlijk hoort er nog een derde tak bij: Jacob Evertsen Vermeer had een stiefzoon Hendrik die de geslachtnaam van zijn vader aannam. Er gaan zelfs geruchten dat Jacob ook de biologische vader van Hendrik was.


Sioux County, Iowa. Het gebied is ongeveer 50 x 30 km groot. (kaart GSCGS)
De Nederlandse gemeenschap woont grotendeels in Sioux Center, Orange City, Alton, later ook in Rock Valley en Hull. 


Hoe vind ik mijn voorouders?
Bent u lid van deze familie? Dan kunt u uw voorouders vinden door in de namenindex in de linkerkolom de meisjesnaam van uw grootmoeder Vermeer te zoeken. Na een simpele klik op haar naam, wordt automatisch de betreffende passage opgezocht. Door vervolgens steeds de link 'zoon van ...... VERMEER (zie ..)' te volgen, raakt u steeds verder terug in de tijd.

ATTENTIE !!! Lees meer over:
Familieboek Harderwijkse/Barnevelse/Spakenburgse Vermeer's.
 


Overzicht van de Harderwijkse, Barneveldse en Spakenburgse familie VERMEER met takken in
Sioux County, Iowa (USA).

 (SGAV-groepen 3842, 3771 en 3752)


Familiewapen Harderwijkse VERMEER's
Ontwerp R.P. Vermeer 2002

Generatie I
Onze oudste voorvaderen woonden in en nabij de Zuiderzee- en Hansestad Harderwijk. Daar beoefenden zij de landbouw en veeteelt en daarnaast werden extra inkomsten gegenereerd uit het houden van een herberg. In de winter was dit de enige bron van inkomsten. Zij bezaten hofsteden en land langs de kuststreek in het noordoosten van Hierden (gem. Harderwijk) en het westen van Hoophuizen (gemeente Nunspeet), doorkruisd door de Leuvenumse Beek. 
Door opdeling tussen erfgenamen in de loop der tijd zijn deze bezittingen enerzijds in andere families terecht gekomen en anderzijds versnipperd geraakt.
 
I    Derick N.N. (VERMEER), geboren circa 1370 te vermoedelijk Hierden, stamvader van de Harderwijkse, Barneveldse en tevens voorvader van de Spakenburgse VERMEER's. Ook stamvader van het geslacht BRANDSEN.

Gehuwd ca 1398 te verm. Harderwijk/Hierden met (een onbekende echtgenote) N.N.
Uit dit huwelijk:
   1. m  Merten Dericksz (VERMEER), geboren circa 1400 te verm. Harderwijk/Hierden (zie II).

 
Generatie II

 
II    Merten Dericksz (VERMEER), geboren circa 1400 te verm. Harderwijk/Hierden, overleden begin 1470 te verm. Harderwijk/Hierden, zoon van Derick N.N. (VERMEER) (zie I) en (een onbekende echtgenote) N.N.
Gehuwd ca 1431 te verm. Harderwijk/Hierden met (een onbekende echtgenote) N.N.

November 1454: Maris Bertoltsz machtigt Claes zijn broeder inzake de panding die Maris gedaan heeft aan de pacht van Claes Scoutenz. (Recognitie 129, fol. 22vso).

Maart 1465: Maris Bertoltsz bekent schuldig te zijn aan Berwe van Estvelt 2 gld (Rec.129, fol.184vso)

Juni 1470: Gerit Noydensz en Thijs van Ben loofden als voorvancks recht is voor het versterf van Mertin Dericsz; hiervan loofde Maris Bertoltsz hen schadeloos te houden (Rec.130, fol. 81).

In het Recognitieboek van Harderwijk werden ook nog de volgende notities aangetroffen:
Juli 1460: Henric Dericsz geeft Alijt, zijn e.w. 50 gld te morgengave (= bruidsschat, huwelijksgift) (Rec.129,fol.112).
November 1461: Henric Dericsz machtigt Albert van Nulde inzake de aanspraak die de vrouwe van Elten of haar te zeggen heeft (Rec.129, fol.137vso).
December 1467: Deric de Muller (molenaar?) bekende schuldig t.w. aan Henric Derics zijn zoon, 8 gld (Rec.130, fol.32vso).
April 1479: Henric Dericsz machtigt Aernt Ailtsz in te manen 5 oortgl van Willem Petersz (Rec.131, fol.4).

- Hieruit zou de conclusie kunnen worden getrokken dat onze Marten een broer had genaamd Hendrik gehuwd met Alijt, en dat hun vader molenaar was. Maar verdere mededelingen of verwantschappen werden niet gevonden, dus dit blijft onzeker.

Uit dit huwelijk:
   1. m  Willem Mertensz (VERMEER), geboren circa 1433.
Gehuwd op 26-09-1456 te Harderwijk/Hierden met Nyese N.N.

27 september 1456: Voor Goert van Wyert en Sywert Albertsz (schepenen) gaf Willem Mertensz (aan) Nyese zijn e.w. (ehe wijf) 50 post.gld. te morgengave [Rec. 129, fol.49vso, huwelijksschenkingen door de bruidegom aan de bruid werden volgens gebruik de dag na het huwelijk vastgelegd].

   2. v  dochter van Merten (VERMEER), geboren circa 1435.
Gehuwd met Maris BERTOLTSZ, overleden na 1465.
   3. m  Clais Mertensz (VERMEER), geboren circa 1437.
   4. m  Henric Mertensz (VERMEER), geboren circa 1439.
   5. m  Aelt Mertensz (VERMEER), geboren circa 1440 te Harderwijk/Hierden (zie IIIa).
   6. m  Deric Mertensz (VERMEER), geboren circa 1443 (zie IIIb).

 
Generatie III

 
IIIa    Aelt Mertensz (VERMEER), geboren circa 1440 te Harderwijk/Hierden, overleden > 08-1501, zoon van Merten Dericksz (VERMEER) (zie II) en (een onbekende echtgenote) N.N.
Gehuwd circa 1467 te verm. Harderwijk/Hierden met Bette Heyn JONGEN, geboren circa 1444 te Harderwijk, dochter van Heyn (de jonge) KOICK (Koeck), meester van het weversgilde, en Jacobgen N.N.

2 jul 1470: Ailt Mertensz, Deric, Clais, Henric en Willem, broeders, loofden Maris Bertoltsz hun zwager, schadeloos te houden van de voorvanck (=voorgevallen gebeurtenis) die hij heeft voor Merten Dericksz versterf (=overlijden) en van de haver en rogge als Derick Wilt Voet bekend heeft. [bron: Rec.130, fol.81vso]

2 nov 1478: Ailt Mertensz en Bette zijn e.w. (ehe wijf =echtgenote) bekenden schu(ldig) t.w. (=te zijn aan) Wilt Voet 26 gl. (gulden). [bron: Rec.130 fol.213]

22 nov 1499: Bette Heyn Jongen wijf met Ailt Mertensz haar gecoren momber (gekozen voogd) opgedragen Henrick van Brenen tot behoef onzer Vrouwerkerk 1½ dagmaat hooiland op die Oostermeden aan die sluse naast de susteren ter eenre en Aerntgen van Brenen ter andere zijde. [bron: Rec.132 fol.41vso]

22 nov 1499: Henrick voorgen. vanwege de kerk verpacht, Bette voorgen. haar leven lang de 1½ dagmaat voor 's jaars een myt. [Rec.132, fol.42].

7 april 1500: (Bette?) Heyn Jongen wijf met Ytgen Albertsz tutore schuldig te wezen Eesse van Spuelde de begijn het behoef haar convent 's jaars een vette gans uit haar husinge en hof te Hierden. [Rec.132, fol.47vso]

jul/aug 1501: Ailt Martenz en Dirck Martensz zijn broeder getuigen met anderen van de oudste naburen over een weg tussen Ghijsse van Bochorst en Claes van Bochorst. Maes Claesz had in zijn laatste jaar daar hij in stierf, voorgenomen de oude weg voor het huis van Claes van Bockhorst op te hogen. [Rec.132, fol.59vso].

Uit dit huwelijk:
   1. m  Marten Aeltsz (VERMEER), geboren circa 1470 te verm. Harderwijk/Hierden (zie IVa).

 
IIIb    Deric Mertensz (VERMEER), geboren circa 1443, overleden voor 1513, zoon van Merten Dericksz (VERMEER) (zie II) en (een onbekende echtgenote) N.N.
Gehuwd op 12-07-1484 te Harderwijk met Bate (Bette) HARTGERS.

13 juli 1484: Derick Mertensz geeft Bate zijn e.w. 40 gld te morgengave [Rec. 131, fol. 97vso].

1 apr 1492: Dyrck Martesz heeft gehuurd van Mr. Ruderic Wolfsz, voor 3 jaar lang, een akker op de hoge enck tussen Coman Hubert t.e. en Weijme Coben t.a.z. [Rec.131, fol.169vso]

Juli 1510: Bate Hartgers bekende haar dochter Jutte voor haar vaders goed het huis daar zij in woont [Rec.132, fol.164].

Uit dit huwelijk:
   1. v  Jutte Dircks (VERMEER), geboren circa 1490 (zie IVb).

 
Generatie IV

 
IVa    Marten Aeltsz (VERMEER), geboren circa 1470 te verm. Harderwijk/Hierden, vermeld als lidmaat in 1531, overleden voor 1537, zoon van Aelt Mertensz (VERMEER) (zie IIIa) en Bette Heyn JONGEN.
Gehuwd circa 1499 te Harderwijk/Hierden met Alijt Reijers FLEUTER, overleden voor 1546, vermeld als lidmaat in 1540. Dochter van Reyer Aertsz die FLEUTER (FLUITER) en Bye Claesse van BOECKHORST.

29 dec 1531: Reijer Aertsz Fleuter draagt op aan Aert Martensz zijn neve (lees: kleinzoon) de erfpacht die hij van de stad heeft en zijn huis; Aert Martensz zal Reijer Aertsz en zijn huisvrouw hun leven lang in hun huis laten en zijn vader voor de bekenning ongemaand laten [bron: Rec.33, fol.189vso].

13 jun 1540: borgen voor Steven en Jan Reynersz en Alyt hun zuster voor het versterf van hun vader zal[iger] Reyer Aertsz die Fleuter [Rec.134, fol. 19].

05 nov 1542: Marten Martess gekoren momber van Bye Reyers (wed. van Reyer Aertsz die Fleuter [Rec.134, fol.152].

27 mrt 1546: Berent Martez [lees: Martenszn] verkoopt aan Cornelis Martez zijn broer en Marie zijn e.w. het versterf van zijn aldemoeder Bye Reyers zal. (de wed. van Reyer Aertsz die Fleuter) en van zijn moeder Alyt Martes [lees: Alijt Reijersdr, echtgenote van Marten] zal[iger] en van zijn broer Henrick Martez zal[iger] [Rec.134, fol.283vso].

20 Dec 1549: Berent Martess bekent zijn kind Wilhemtje voor moeders goed een bed en de kleren van de moeder en 26 rijdersgld, borgen voor de betaling Wilhem van Broeckhuysen en Evert Evertss, met goedvinden van Roliff en Reyer Gerrits en Gryetgen Dericks als omen en moye van moederszijde [Rec.135, fol.1vso].

10 apr 1551: Johan Rynerss [Fleuter] en Hille zijn e.w., danken Cornelis Mertez en Marie zijn e.w. voor de aflossing van 2,5 daler 's jaars uit het aandeel als zij uit 'Boeckhorsterve' schuldig bekend hebben vermoege brief van 3 april 1549 [Rec.135, fol.73].

20 nov 1551: Claes Martez met Anna zijn e.w., Cornelis Martez [lees: Martenszn], Aert Aeltsz met Nale zijn e.w. en Elsse Aelts met Claes Martez [= Martensz] haar oom en gec. momber, mede voor hun broeders Marten en Aelt Aeltsz die nog onmondig zijn, als naaste vrunden en erfgenamen van Joyst Martez, bekenden dat en alzo Joyst voirs. in voortijden verkocht heeft aan Weyme Jongen zijn aandeel in Boeckhorsterf, uitgezonderd zijn aandeel in de Aldemheen, bekenden dat zij die koop van waarde houden, met dien bescheide dat de kinderen van Weyme voirsz die sij bij Aert Martez zaliger heeft, de naasten hiertoe en dat die dat aandeel -want die van den bloede zijn- hebben en beholden zullen, wat Weyme ook alzo overgegeven heeft, en als Joyst te eniger tijd weder kwam, dat zij dan, elk de penningen, die zij daarop ontvangen hebben, aan Weyme en haar kinderen weder uitrichten zullen [Rec. 135, fol. 105].

17 jul 1558: Marten Aertsz en Peter Henricksz borgen voor Weym Jonges met haar kinderen voor het versterf van Thoenis Aerts der voors. kinderen aldemoeders [Rec. 135, fol. 427].

26 nov 1559: Claes Martez en Anna zijn e.w. dragen op aan Weym Jonges met haar kinderen hun aandeel aan Boeckhorstgoed (achter in Hierden tho Hoephuijsen). Weym Jongen met Marten en Henrick haar zoons mede voor haar andere onm. broeder en zuster beloven Claes Martez te vrijwaren van een rente van 10 st. 's jaars als zij schuldig zijn uit dat goed [Rec. 135, fol. 487].

13 jul 1561: Weyme Jongen met Marten en Henrick Aertsz haar zonen mede voor haar andere kinderen broeders en zusters dragen op aan Bene Beertsz een kamp lands te Hierden naast het Papenerve ter eenre en Grietje Brincks ter andere zijde, Claes Martenss en Anna zijn e.w. dragen op aan Weyme Jongen met haar kinderen een stuk land gen[aamd] dat Geertgen op de beek [Rec. 136, fol. 101].

7 dec 1561: Weyme Jongen met Marten en Henric haar zoons bekennen dat de bekenning als Claes Martez en Anna zijn e.w. op 26 nov 1559 gedaan hebben, alleen het aandeel van Claes en Anna aan de hofstede van Fluytersgoed betreft [Rec. 136, fol. 129 vso].

Uit dit huwelijk:
   1. m  Aelt Martensz (VERMEER), geboren circa 1500 te verm. Harderwijk/Hierden (zie Va).
   2. m  Aert Martensz (VERMEER), geboren 1504 te Hierden (zie Vb).
   3. m  Claes Martensen (VERMEER), geboren 1512 te Hierden (zie Vc).
   4. m  Cornelis Martensz (VERMEER), geboren circa 1517 te verm. Harderwijk/Hierden (zie Vd).
   5. m  Berent Martensz (VERMEER), geboren circa 1522 te verm. Harderwijk/Hierden (zie Ve).
   6. m  Hendrick Martensz (VERMEER), geboren circa 1524 te verm. Harderwijk/Hierden (zie Vf).
   7. m  Joost Martensz (VERMEER), geboren circa 1526 te verm. Harderwijk/Hierden, overleden voor 1551.
   8. m  Marten Martensz (VERMEER).

 
IVb    Jutte Dircks (VERMEER), geboren circa 1490, overleden 1571 te Harderwijk, (najaar), dochter van Deric Mertensz (VERMEER) (zie IIIb) en Bate (Bette) HARTGERS.
Gehuwd -04-1515 te Harderwijk/Hierden met Dirck COSIJNSZ, overleden voor 1528.

1507-1513: Bate Hartgers is weduwe van Dirck Martensz, hun dochter Jutte trouwt in 1515 met Dirck Cosijnsz. Als weduwe (±1528) van Dirck Cosijnsz noemt zij zich ook wel Jutte Hartgers.

april 1515: Dirck Cosijnsz geeft Jutte Dircksdr zijn e.w. 50 gld te morgengave (bruidsschat). [Rec.132, fol.239].

23 nov 1525: Dirck Cosijnsz getuigt [Rec.133, fol.58].

30 sep 1553 en 20 mei 1554: Jutte woont in de Vijestraat nabij de Smeepoort (de eerste maal genoemd als Jutte Cosijns, de tweede keer als Jutte Hartgers). [Rec.135, fol.201vso & 238vso].

30 jan 1564: Herman Henricks Stoss verklaart dat hij op bevel van het gericht ten verzoek van Jutte, wed. van Dirck Casins gegaan is tot Aelje Nagel, h.v. van haar zoon Frans Dircks en haar gedagvaard dat Aeltje met haar kinderen het vaderlijk goed bewijzen, zal Frans Dircks was leerlooier. [Rec.137, fol.50vso].

30 jan 1564: Jutte voors. bewijst haar dochter Alyt h.v. van Mr. Bernt Winterinck voor haar vaders goed 2 hoven. [Rec.137, fol.51].

30 jan 1564: Cornelis Franckz met Alyt en Mr. Bernt Winterincks met Anna, hun h.v., schenken aan de nagelaten kinderen van hun zal. zwager en broeder Frans voors. 25 gl te betalen na de dode van Jutte voors. bestemoeder van de kinderen. [Rec.137, fol.51].

21 feb 1564: Aeltje wed. zal. Frans Dircks en haar zoon Heer Henrick gaat niet accoord met de bekenning als Aeltje (bedoeld Jutte?) wed. van Dirck Casins aan de kinderen van Frans voors. gedaan heeft. [Rec.137, fol.52vso].

16 jan 1572: Aeltje Franssen (Nagel) wed. van Frans Dircks, met Gerryt Franssen haar zoon en gec. momber en Heer Dyrck Franssen voor zich en voor zijn onmondige en mondige zusters en broeders, en Gerryt Franssen voor zich en zijn h.v. Yde Gerrits t.e. en Mr. Berent Wynterinck voor zijn h.v. Anna Dyrcks en Cornelis Francken voor zijn kinderen bij zal. Alyt Dyrcks zijn h.v. t.a.z, zijn verdragen van het versterf van zal. Jutte Dyrcks hun bestemoeder en van hun bestevader Dyrck Cosinsen, Mr. Berent en Cornelis Francken zullen hebben het huis aan de Smeepoortenbrinck tussen Gerryt Broenissen t.e. en Henrick Smyt van Hattem t.a.z. en 2 hoven en de inboedel en de ander partij zal hebben een bedrag in geld en een kalkkuip en 2 looikuipen tussen de kuipen van Goessen Evertsen t.e. en Frerick van Suick t.a.z. [Rec.137, fol.339].

Uit dit huwelijk:
   1. m  Frans DIRCKSZ, geboren circa 1517 te Harderwijk (zie Vg).
   2. v  Alyt DIRCKS, geboren circa 1520 te Harderwijk.
Gehuwd met Cornelis FRANCKSZ.
   3. v  Anna DIRCKS, geboren circa 1523 te Harderwijk.
Gehuwd met Mr. Bernt WINTERINCK.

 
Generatie V

 
Va    Aelt Martensz (VERMEER), geboren circa 1500 te verm. Harderwijk/Hierden, overleden voor 1540, zoon van Marten Aeltsz (VERMEER) (zie IVa) en Alijt Reijers FLEUTER.
Gehuwd circa 1527 met Geertje ELLERTS, vermoedelijk dochter van Ellert Jansz en Gryetgen Ellerts. Zij hertrouwt met Gerrit GERRITSZ,

18 nov 1546: Gerrit tho Vheen en Siwert Jansz borgen voor Gerrit Gerritsz en Geertje Ellerts zijn e.w., voor het versterf van Gryetgen Ellerts hun moeder zal. [Rec.134, fol.310]. (onder voorbehoud)

12 nov 1552: Marten Aeltsz en Elsje Aelts (kinderen van Aelt Martensz) met Gerrit Gerritsz hun moeders man verkopen aan Claes Martez hun oom met Anna zijn e.w. en Cornelis Martez hun oom met Nale Arents hun moeye onder hun drien hun aandeel aan het versterf van hun overalders Marten Aeltsz en Alyt zijn e.w. [Rec.135, fol.153vso].

Uit dit huwelijk:
   1. m  Aert Aeltsz (VERMEER), geboren circa 1528.
Gehuwd met Nale ARENTSDR.
   2. v  Elsse Aelts (VERMEER), geboren circa 1530.
   3. m  Marten Aeltsz (VERMEER), geboren circa 1533.
   4. m  Aelt Aeltsz (VERMEER), geboren circa 1535.

 
Vb    Aert Martensz (VERMEER), geboren 1504 te Hierden, overleden circa 1543, zoon van Marten Aeltsz (VERMEER) (zie IVa) en Alijt Reijers FLEUTER.
Gehuwd voor 1534 te verm. Harderwijk/Hierden met Weyme JONGEN, vermeld als lidmaat in 1561. Zij hertrouwt met Joost PEELEN,

14 jul 1542: Aert Martez met Weyme zijn e.w. dragen op aan Stheven Reynersz em Maria zijn e.w., hun aandeel aan de hofstede met toebehoren daar zal(ige) Reyer (Aertsz de) Fleuter op gestorven is te Hierden naast Geertgen Wijne, zo die in voortijden aan zal. Reyer Fleuter, hun aldevader, gegeven en opgedragen is.
Steven Reinersz en Marie zijn e.w. dragen op aan Arent Martez en Wyme (Jongen) zijn e.w. hun aandeel aan een erf en goed genaamd Boeckhorst, gelegen in de vrijheid op (bij) de Hierderbeeck, dat hem van hun vader Reyer Aerts die Fleuter is aangeërfd, behalve 2 kampen, die eene genaamd Hosyde aan Schamansweg en de andere gelegen aan de Monnickensteeg genaamd Boeckhorstkamp. [Rec.134, fol.145].

15 jul 1543: Weyme Jongen met Evert Wichmans, haar gec(ozen) momber, en Jan Reyersz (die Fleuter) als momber van zal. Jacob Joncks onm(ondige) kinderen, hebben verkocht aan Aelt Wijnez en Anna zijn e.w. 1/12 deel aan het erf then Broeck daar Jacob Jonck zal. op placht te wonen. Voor de waring zet Weyme ten onderpand de hofstede die zij nu korts gekocht heeft, voorbeholdend Gerrit Jongesz altijd de losse van dat 1/12 deel van het erf met 55 Gl. [Rec.134, fol.166vso]

22 jul 1543: Jan Reyersz met Hille, zijn e.w., heeft verkocht aan Weyme Jongen, wed. Aert Martez, en haar kinderen, het versterf van zijn vader Reyer Aertsz, anders genaamd die Fleuter. [Rec.134, fol.166vso].

26 apr 1545: Weyme Jongen met Claez Martez haar gekoren momber en Marten Aertsz haar zoon en Claes voors. als een oom en momber van Weymes kinderen, dragen op aan Aelt Wijnez een hofstede te Hierden tussen Steven Coot oostwaarts t.e.[= ter eenre] en Gerrit Jonge t.a.z.[= ter andere zijde] westwaarts, voor de waring zet zij te onderpand haar hofstede te Hoophuysen tussen het land van Alert Claesz t.e. en Wilhem van der Maten erfg. t.a.z. daar zij woont [Rec.134, fol.252vso].

24 jul 1545: Jacob Lyffensz getuygde dat hij omtrent 3 jaar gewoond heeft op Wilhelm van den Matengoed en dat Weyme Jongen een stuk land genaamd die Oldenheem tho Hoophuysen altijd gebruikt heeft. [Rec.134, fol.263vso].

31 aug 1545: Weym Jongen getuigt dat Bye Reyers (= Bye Claesdr van Boeckhorst), na dode van haar man aan haar kinderen de een dit en de ander dat in gebruik gegeven heeft haar leven lang en teyndens haar dood zou alle goed gedeeld worden en dat Bye dat "Hoysyde" en "Boekhorstkamp" voor zich hield tot haar dood toe [Rec.134, fol.265].

31 aug 1545: Weyme Arent Martez bekende haar kinderen voor hun vaders goed de helft van het erfgoed als haar man Aert zal[iger] en zij samen gehad hebben [Rec.134, fol.265vso].

15 feb 1546: Embert Claess en Cosijntje zijn e.w. hebben de leen ontvangen van Weyme Jonge, 15 gld., waarvoor zij in pandschap geven een hof.
Marge: 6 aug 1549, Weyme voors. kwiteert. [Rec.134, fol.278vso].

29 jan 1556: Claes Goertsz en Lambert, Gryte en Goertgen, zijn mondige kinderen, mede voor zijn andere kinderen en zusters, nog onmondig, nl. Derick, Gerritgen en Henryckgen, verkopen aan Wilhem Arentsz Greve ¼ van een rentebrief van 7 Gl. 's jaars, die in voortijden betaald hebben aan Reyer Fleuter en Swaentgen met Alert Claess oerzoon (= kleinzoon) en daarvan nu dat goed gebruiken en bewonen Weyme Jongen met oerkinderen en Claes Evertsz met Hannesgen zijn e.w., die ook rente betalen, onder verband van Claes Goerts in de Mholienstraat (Molenstraatje) tussen Henrich van der Horst t.e. en Joachim Wilhelms van Mehen t.a.z. [Rec.135, fol.309].

19 mei 1560: Jacob Harms en Henrickje zijn h.v. verhuren aan Been Beerts en Nemme zijn h.v., een kamp lands te Hierden tussen Grietje Brands moeder to bagijnen t.e. en het Papenerve t.a.z., belast met 4 st(uivers) 's jaars aan Weyme Jongen. [Rec.136, fol.17 & Regest 1038]

7 okt 1587: Huwelijkse voorwaarden tussen Henrick Aertsen en Lubbertje Gerrits (Jonckbloets).
- N.B. Door het destijds veelvuldig gebruik van patroniemen is het onduidelijk of dit huwelijk betrekking heeft op 'onze' Henrick Aertsz.
Jaren eerder [19 Nov 1570] huwde in Harderwijk ene Henrick Aerts Vinck, waardoor de vraag opdringt of andere familienamen in gebruik werden genomen, en/of was 'Vinck' de naam van een boederij? [zie verder Rec.139, fol.208vso].

Uit dit huwelijk:
   1. m  Marten Aerts (VERMEER), geboren circa 1534 te Hierden (zie VIa).
   2. m  Henrick Aertsz (VERMEER), geboren circa 1536 te verm. Harderwijk/Hierden.
   3. m  Peter Aertsz (VERMEER), geboren circa 1538 te verm. Harderwijk/Hierden.
   4. m  Thoenis Aertsz (VERMEER), geboren circa 1540 te verm. Harderwijk/Hierden.

 
Vc    Claes Martensen (VERMEER), geboren 1512 te Hierden, waard (herbergier) te Hierden, overleden in/na 1586, zoon van Marten Aeltsz (VERMEER) (zie IVa) en Alijt Reijers FLEUTER.
Gehuwd circa 1539 te Harderwijk/Hierden met Anna CLAESSEN, geboren circa 1517, overleden circa 1572.

TIJDSBEELD.
1546-1548: De inquisiteur, Bereld Gruwel, doet in de stad onderzoek naar de aanwezigheid van [verboden] boeken over het christelijk geloof, verschenen sedert 1518, en naar de door Claes Beijerman en anderen op St.Odulphusdag [12 juni 1547] opgevoerde spelen.
maart 1548: Verboden boeken, vóór het huis van den commissaris, Berend Gruwel, op den Brink, door meester Berent van Nottelen, verbrand.
De stadhouder en kanselier & raden van het Hof van Gelderland doen -naar aanleiding van het door de inquisiteur (Berend Gruwel) uitgebrachte rapport- onderzoek naar de in de stad voorgekomen ketterij of lutherij.
06-12-1556: Koning Philips [de Tweede; 1527-1598] vernieuwt/bevestigt de door zijn vader [Karel V; 1500-1558] uitgevaardigde plakkaten betreffende de religie.
sept 1566: In de stad logeren en prediken de predikers der Hervorming: Johan Aertszoon, Johan van der Linden en Dr. Albertus Herdenberch.
22-09-1566: Jan Aertszoon (mandemaker van Amsterdam) predikt de Hervormde leer in de Minderbroederskerk. Beeldenstorm: de Minderbroederskerk verwoest, en in en vóór de Groote- of Mariakerk de altaren vernield en de beelden ontvoerd. Jan Aertsz vertrekt nog dienzelfden avond naar Amsterdam.
october 1566: Otto van Heteren en heer Jan Gerritsen Versteghe aangenomen tot hervormde predikanten (bron: Kroniek van Harderwijk, 1231-1931, blzn 51-60, ISBN 9062350283).


14 mei 1540: Geerlich Jacobsz schenkt aan Claes Martez als oom en momber van de kinderen van zijn broer zal. Aelt Martez 21 gl voor het versterf van hun zal. vader, te betalen als de kinderen mondig zijn en middelertijd gelooft Geerlich de kinderen te houden en van kost, kleren en andere nooddruft te verzorgen tot zij mondig zijn, onder verband van zijn hofstede toe Hierden daar hij op woont geheten Op der Hoeve. [Rec.134, fol.32vso].

16 maart 1544: Claes Martez getuigt als een weert (waard). [Rec.134, fol.194].

12 mei 1545: Claes Henricksz machtigde Claes Martez inzake het versterff van zal. Bye Reyers Fleuter. [Rec.134, fol.256].

14 mei 1546: Goert Helmichsz en Marie zijn e.w., Ghermen Bitter en Gerritje zijn e.w., Lambert Lubberts en Lijsgen zijn e.w., en Claes Henricksz, dankten Claes Martez en Hartger Stevens voor de uitrichting van het versterf van hun aldevader Reyer Aerts de Fleuter zal. [Rec.134, fol.289vso].

5 sep 1546: Claes Martez en Anna zijn e.w. en Cornelis Martez en Marie zijn e.w. mede vanwege hun broer Berent Martez, wiens aandeel zij gekocht hebben, dragen op aan Arent Aeltsz en Nale zijn e.w. het versterf als Henrick Martez zal. hun broer is aangeërfd door dode van Reyer Aertsz die Fleuter en Bye zijn e.w., zo hij hun dat bij zijn leven verkocht heeft, maar dat nog niet opgedragen is [bron: Rec.134, fol.304].

21 & 26 feb 1552: Getuigen verklaren dat Claes Martez en Reyer Aertsz de Haen hun geschil van de Zeyse te Hyerden eens geworden zijn, de vrouw van Claes zegt dat Lubbrich Spruyt 11 tonnen bier getapt had. Lubberich Reyer Spruyten wijf getuigt dat zij, toen Claes Martez met Reyer Aerts de Haen de zyse te Hierden samen hadden, geen bier getapt heeft, maar dat Reyer voors. tapte. [Rec.135, fol.117vso&118].

21 dec 1557: Meester Herman Toll heeft aan (de schepenen) Peter Herbertsz en Johan van Cranenburch bekend gemaakt, dat hij de pacht van 'den Holst' heeft overgedaan aan Claes Martemsz. voor 3 guldens per jaar minder dan waarvoor zij hem werd gegund en dat hij deze 3 guldens jaarlijks aan de stad zal betalen, waarvoor Nanneman de schipper borg is.
Deze overdracht heeft Claes Martensz. den 2en Januari 1558 bevestigd. Zijne borgen waren Maes van Estveld en Marten Aertsz. [Regest inv.474, fol.103v]
-> is dit onze Claes? Was hij sindsdien waard van de herberg genaamd de Holst?

26 jun 1558: Borgen voor Claes Martez voor de momberschap over zijn zalige broeders zoon, Claes voors(iene) met Anna zijn e.w. beloven de borgen te vrijen. [Rec.135, fol.423].

26 jun 1569: Claes Martensen, Claes Evertsen en Evertken Aerts verklaren ter instantie van Jacob Lyffersen, Claes Martens dat hij als gescheytsman gebeden is tot dat gescheyt van erf en goed dat gedeeld is tussen Jan Hegeman, Claes Evertsen en Aert Claessen, en dat Aert Claessen dat derde deel van een ½ erf Bockhorstgoed toebedeeld is, Claes Evertsen verklaart dat hij ook een derde deel van het ½ Bockhorstgoed ontvangen heeft en Evertje Aerts verklaart dat zij ook eenderde deel van het ½ erve ontvangen heeft. [Rec.137, fol.187]

28 okt 1569: Henrick Petersen van Hyrden schenkt aan Claes Martens en Anna, zijn hv. 28 Gl. van verteerde kost. [Rec.137, fol.203].

20 jan 1572: Beert Jansen en Jorrien Jacobsen borgen voor Marten, Reyer, Jan, Joost en Gryte Classen voor het versterf van hun zalige moeder Anna Claessen [bron: Rec.137, fol.340vso]

22 sep 1573: Claes Martens, Marten, Jan, Joest Claessen en Gryte Claes zijn dochter, met Claes Martens haar vader en gec. momber machtigen ad lites. [Rec.138, fol.38vso]

20 jan 1574: Lubbert Reyers machtigt ad lites tegen Claes Martens. [Rec.138, fol.56]

27 aug 1582: Claes Martens, wonende te Hierden, oud 70 jaar, getuigt over tienden van het Amersfoortererve te Hierden. [Rec.138, fol.432]

4 april 1586: Claes Martens genoemd als wonende in de Oldemehen [Rec.139, fol.149vso/150].

Uit dit huwelijk:
   1. m  Reyer Claessen (VERMEER) (Floyter Claesz), geboren 1541 te Hierden (zie VIb).
   2. m  Marten Claesz (VERMEER), geboren circa 1545 te Harderwijk (zie VIc).
   3. m  Jan Claess (VERMEER), geboren circa 1547.
   4. m  Joost Claess (VERMEER), geboren circa 1548.
   5. v  Gryte (Grietje) Claess (VERMEER), geboren circa 1549.

 
Vd    Cornelis Martensz (VERMEER), geboren circa 1517 te verm. Harderwijk/Hierden.
Opm: mogelijk zoon: Aelt Corneliszn, welke gehuwd is met Aeltgen Bernts, beide van Hierden. VG 2000/4 blz. 295, nr. 4820, zoon van Marten Aeltsz (VERMEER) (zie IVa) en Alijt Reijers FLEUTER.
Gehuwd 1543 te verm. Harderwijk/Hierden met Marie Johannes Hermansdr, dochter van Johannes HERMANSZ.

3 apr 1549: Johan Reynersz en Hille zijn e.w. verkopen aan Cornelis Martez hun aandeel, dat is 1/3 aan de ene heflt en 1/4 aan de andere helft van de Boeckhorstcamp te Hoophuysen tussen land van Johan Hegeman t.e. te Zeewaart en de Monnikensteeg t.a.z. onder verband voor de waring van hun aandeel aan dat Hoysyde ook daaromtrent gelegen. [Rec.134, fol.414vso].

4 maart 1559: Thoenis Henricksz ander genaamd Schuemptgen en Evert Henricksz van Essen borgen voor Hannis Phlipssen en voor Aeltgen Philipsdochter voor het versterf van Cornelis Martez en Marrie zijn e.w. [Rec.135, fol.449vso].

Uit dit huwelijk:
   1. m  Marthen Cornelisz (VERMEER) (zie VId).

 
Ve    Berent Martensz (VERMEER), geboren circa 1522 te verm. Harderwijk/Hierden, zoon van Marten Aeltsz (VERMEER) (zie IVa) en Alijt Reijers FLEUTER.
Gehuwd (1) voor 1548 met Mej. GERRITS.
Gehuwd (2) 1549 met Bely CORNELIS.
Uit het eerste huwelijk:
   1. v  Wilhelmtje Berents (VERMEER), geboren circa 1545.

Uit het tweede huwelijk:
   2. m  Beene Beertsz (VERMEER).

 
Vf    Hendrick Martensz (VERMEER), geboren circa 1524 te verm. Harderwijk/Hierden, overleden voor 1546, zoon van Marten Aeltsz (VERMEER) (zie IVa) en Alijt Reijers FLEUTER.
Gehuwd met N.N.
Uit dit huwelijk:
   1. m  Peter Hendricksz (VERMEER).

 
Vg    Frans DIRCKSZ, geboren circa 1517 te Harderwijk, leerlooijer, overleden 1564 te Harderwijk, zoon van Dirck COSIJNSZ en Jutte Dircks (VERMEER) (zie IVb).
Gehuwd met Aeltje Fransen NAGEL.
Uit dit huwelijk:
   1. m  Gerrit FRANSSEN.
Gehuwd met Yde GERRITS.
   2. m  Dirck FRANSSEN.
   3. m  Henrick FRANSSEN.

Oude kaart van de Veluwe met in het midden Harderwijk, daarboven (lees: ten oosten) Elspeet,
naar rechts (zuidelijk) Barneveld, en naar onder (westen) Bunschoten.

 
Deze kaart werd getekend omstreeks 1570 door Abraham Ortelius  (bron: Theatrum Orbis Terrarum).

Generatie VI

 
VIa    Marten Aerts (VERMEER), geboren circa 1534 te Hierden, overleden na 1613, zoon van Aert Martensz (VERMEER) (zie Vb) en Weyme JONGEN.
Gehuwd 1559 te verm. Harderwijk/Hierden met Geertje Henricks NOY (Gerritje Neuyen/Noyen), geboren circa 1535 te Hierden, overleden na 1593, dochter van Noy (Neuge) HENDRICKS en Jannetje N.N.

8 okt 1559: Lubbert Wilhemsz draagt op aan Marten Aertsz en Geertje Neugen zijn e.w. zijn alderen huysinge daar zijn alders in gewoond hebben en gestorven zijn, staande op der stad land, zoals zijn oom Egbert Lubbertsen hem dat hem dat verkocht heeft.
Marten Aertsz en Geertje Neuge zijn e.w. schuldig aan Lubbert Wilhemsz 25 gl onder verband van hun aandeel aan de hofstede, daar zij nu op wonen genaamd Neuge Henrickshofstede. [Rec.135, fol.481vso].

11 jan 1560: Johan Wijnen belooft te vrijwaren Marten Aertsz en Henrick Aertsz, broeders, van de borgtocht als zij heden voor hem geloofd hebben aan de stad voor pacht van een derde deel op de Hoge Varen en van het achtste slag in het Ruymels.
Marten Aertsz belooft te vrijwaren Gerrit Jacobsz Jonck en Johan Wijnen van de borgtocht aan de stad van het eerste deel van de Hoge Varen en van de achtste en negende sla in het Ruymels. [Rec.135, fol.492] (onder voorbehoud of dit werkelijk onze Marten en Henrick zijn).

8 feb 1578: Marten Aerts en Geertje zijn h.v. (= huysvrouw, echtgenote) verkopen aan Claes Egberts en Gerritje zijn h.v. een hofstede die Claes nu bewoont in Hierden naast Evert Tymans. Claes Egberts en Gerritje zijn h.v. dragen de hofstede op aan Willem Cre (Rec. 138, fol. 243).

6 jun 1593: Hendrickje Neuyen met Jan Wijnen haar gec. momber draagt op aan Marten Aerts en Gerritje Neuyen zijn h.v. de < van 6 schepel land daar Marten en zijn h.v. de wederhelft van toekomt in de Hierder Lage Enck naast de nonnen ter eenre en de frater ter andere zijde (Rec. 139, fol. 402).

21 aug 1598: Marten Aerts en Henrick Toenis timmerman verklaren ter inst. van Thomas Cornelis dat omtrent 12 jaar geleden in de troebele tijden hij Marten als momber van het nakind van zal. Jan Brants en Aelt Gotschalcks als momber van de onm. voorkinderen van Jan Brants aan producent een schaapsschot verkocht hebben voor 12 gld. (Rec. 141, fol. 35).

12 sep 1600: Marten Aerts oud 66 jaar verklaart ter inst. van Reyer Reyers apteker dat hij getuige na het aftrekken van Aelt Wijnes en zijn pachter gekomen is te wonen op het erf en goed te Hierden aan de Duynen, toebehorende de joffer van Wylick vrouwe van Hemmen en Blitterswyck en daarna ongeveer 31 jaar op het goed gewoond heeft en dat hij jaarlijks vanwege de landvrouwe ontving 1 mudde haver van de bouwman van het erf en goed daar nu Dirck Jans op woont, welk goed Gerrit en Jan Bosch c.s. toebehoorde.
Anna de wed. van Aelt Wijnes oud 70 jaar verklaart dat zij met haar man bij de 30 jaar gewoond heeft op dat erf [Rec 140, fol.274vso&275].

Uit dit huwelijk:
   1. m  Lubbert Martens (VERMEER), gedoopt te Hierden (zie VIIa).
   2. v  Jannetje Martens (VERMEER), jongedochter van Hierden.
Gehuwd 1591 met Peter REYERS (Reiersen), jongman van Hierden.
   3. m  Noy Martens (VERMEER).
Gehuwd met Gerritje N.N.
   4. v  Aertgen Marthens (VERMEER), geboren te Hierden (zie VIIb).

 
VIb    Reyer Claessen (VERMEER) (Floyter Claesz), geboren 1541 te Hierden, zoon van Claes Martensen (VERMEER) (zie Vc) en Anna CLAESSEN.
Gehuwd te Harderwijk / Hierden met Dirckjen N.N.

2 juni 1578: Floyter Claes heeft overgenomen van Peter Styp ¼ van het Ruymels dat hij van de stad in pacht heeft, borg Berrent Jans. [Rec.138, fol.258]

24 aug 1604: Floyter Claes en Cornelis Thomas borgen voor Jan Thomas voor het versterf van zijn h(uis)v(rouw). [Rec.141, fol.320]

20 sept 1604: De ziekenbezoeker en Floyter Claes en Cornelis Thomas als getuigen, verklaren dat Jacob Suyck bij test. aan zijn broeder Rende Hartgers zijn gerede goederen bemaakte en wat aanlangt zijn erftalige onroerende goederen, die zullen komen op Reyner Aerts onm(ondige) kind of als het kind zonder nakomelingen sterft op die voors. Rende Lubberts overmits die van Rende zijde waren heergekomen. [Rec.141, fol.329vso]

28 mei 1606: Reyer Claes, oud 66 jaar, verklaart ter inst. van Harmen Goerts, dat getuige met een van zijn dochters, verleden maandag tot Otto Willems tho Hierden in het Spaensche Paerot (= naam herberg) op de brinck met Harmen Goerts voors. heeft zitten drinken en dat daarbij is gekomen de man die korts tot Hierden is komen wonen gen(aamd) Ellert Braspot die Cremer, wel beschonken zijnde en dat deze man met Harmen Goerts kijfachtige woorden had en dat hij Harmen Goerts met een glas op de kop heeft geslagen, maar getuige heeft niet gezien dat Harmen Goerts de voors. Ellert gekwetst heeft, Harmen Goerts was binnen en Ellert is buiten gestoken [Rec.141, fol.548vso]

2 juni 1606: Floyter Claes persisteert bij zijn voorgaande verklaring (waaruit we opmaken dat Reyer Claes = Floyter Claes), dat hij met Harmen Goerts op maandag 25 mei heeft zitten drinken in het Spaensche Paert enz. [Rec.141, fol.561]

19 mei 1608: Rende Creen als momber van Reyer Aerts kind, bedankt Floyter Claes voor 95 Gl. die Floyter van koop van wagen en 2 paarden schuldig was. [Rec.142, fol.146vso]

3 juni 1608, o.a.: Reyer Claes, oud 67 jaar, en Jacob Thijssen, oud 33 jaar, leggen een getuigenis af [Rec.142, fol.151].

Uit dit huwelijk:
   1. v  Jutte Reijers (VERMEER), geboren 1583 te Hierden,
2 juni 1606: Jutte Reyers verkl. ter inst.a.v., oud 23 jaar, dat de zoon van de weerdt (lees: waard = herbergier), Gerrit Otten, heeft gestoken naar Ellert voors [Rec.141, fol.549].

Gehuwd voor de kerk op 15-04-1604 te Harderwijk (geref) met Jacob THIJSSEN, geboren 1575.
Jacob en Jutte hebben tenminste één zoon: Reijer Jacobsen. Deze Reijer is een voorvader van Hendrientje van den Broek. Hendrientje is de moeder van Evert Vermeer (1854-1927, zie elders).
   2. v  Hendrickje Reyers (VERMEER), geboren 1587 te Hierden, overleden 1626 te Hierden,

8 juni 1606: Hendrickje Reyers, gaande in haar 19e jaar, verkl. ter inst.a.v. dat haar vader heeft zitten drinken met Harmen Goerts en getuige. [Rec.141, fol.549vso]

Hendrickje Reyers voors. verkl. zo veel te ampeler dat de zoon van de weert die bij Jan van Houtens wed. woont, is komen lopen van het huis van de voors weduwe met een bloot mes in de hand en dat die voors. Ellert, die buiten de deur gesloten was, om de hals greep en dat toen de knecht met een bloot mes in de hand staande zei tegen Lijsbet, Jan van Houtens wed. voors.: "Wijcket of ik steek daar door!" en dat getuige zo verveert was dat zij weg liep achter in het huis bij haar vader. [Rec.141, fol.560]

Hendrickje Reyers voors. verkl. ter inst. van Otto Willems dat zij vandaag maandag 8 dagen geleden is komen gaan over de Brinck tot Hierden naar het Spaense Paerdt, enz. maar dat zij niet gezien heeft dat Ellert die cramer wehre gedaan heeft met roer om in het huis te komen [Rec.141, fol.560vso].

Gehuwd met Aertd LIEFFERTS.

13 feb 1626: Aerdt Liefferts bewijst zijn kind bij zal. Hendrickje Reyers, 200 gulden, met goedvinden van Jutte Reyers, moye (= tante) van moederszijde [Rec.145, fol.118].


 
VIc    Marten Claesz (VERMEER), geboren circa 1545 te Harderwijk, gildemeester van Hierden (1598), vermeld als lidmaat in 1611, overleden na 1628, zoon van Claes Martensen (VERMEER) (zie Vc) en Anna CLAESSEN.
Gehuwd circa 1576 te Harderwijk met Willemke BRANDTS, geboren circa 1554, overleden na 1611, dochter van Brandt ......SZ en Evertje N.N.

1 apr 1577 Evertje Brandts met Johan Brandts haar oudste zoon en gec. momber, en Johan Brandts voor zichzelf en zijn h.v. Engele, Marten Claessen intredende voor Wyllemke zijn h.v., Henrick Brandts intredende voor Aertje zijn h.v., bekennen dat de 100 daalders die Evertje in huw.voorwaarden aan Albert Berents met Heiltje hun zuster beloofd had, niet betaald zijn. Albert en zijn h.v. krijgen de gerede have tot de dood van Evertje hun moeder, en zullen daarna de 100 daalders uit de nalatenschap vooruit genieten [Rec.138, fol.199]

14 jan 1598 Marten Claes en Peter Gosensen, gildemeesteren van de vrijheid Hierden, geassisteerd vanwege de gezamelijke erfgenoten Jan Wijnen en Dirck Jans, machtigen Michiel Hamelman, ad lites. [Rec.141, fol.20]

10 aug 1604 Floyter Claes (= Reyer Claes) en Peter Thonis borgen voor Marten Claes voor de erfenis van zijn zoon Brant Martens [Rec.141, fol.316]

28 sep 1604 Marten Claes en Jan Thomas borgen voor Floyter Claes (= Reyer Claes) voor 93 Gl. aan handen van Rende Creen als momber van Reyer Aerts kind [Rec.141, fol.331]

11 nov 1609 Marthen Claes en Willemtje Brants, echtelieden, mut.test. met lijftocht, als beide zijn gestorven komen hun goederen aan hun 2 kinderen Jan en Anna Martens en op niemand anders [Rec.142 fol.270vso]

22 apr 1611 Jan, Goessen en Arnt Martens, alle drie kinderen van Marten Claes en Willemtje zijn huisvrouw, accorderen dat Marten en Willemtje, echtelieden, aan Jan Martens hun broeder hebben bemaakt dat deze na hun dood al het goed dat hun vader en moeder zullen nalaten met de beesten. [Rec.143, fol.8]

23 dec 1628 Marten Jans (lees Marten Claes) neffens Lubbert Lubberts zijn momber over kinderen zal. Jan Martens.

Uit dit huwelijk:
   1. m  Brant Martensen (VERMEER), geboren circa 1578, overleden 1604.
   2. v  Anna Martensen (VERMEER), geboren circa 1580 te Harderwijk/Hierden, overleden na 1609.
   3. m  Goessen Martensen (VERMEER), geboren circa 1582. Ovl. in/na 1611.
   4. m  Jan Martensen (VERMEER), geboren circa 1586 te Harderwijk/Hierden (zie VIIc).
   5. m  Arnt Martensen (VERMEER), geboren circa 1586. Ovl. in/na 1611.

 
VId    Marthen Cornelisz (VERMEER), bewoner van een huis en hof in Hierden, overleden voor 1632, zoon van Cornelis Martensz (VERMEER) (zie Vd) en Marie Johannes Hermansdr.
Gehuwd met Marie HELMICHS, dochter van Helmich en Truyde WIJNEN.

7.1.1573: Aert Lyevers en Lubbert Jans borgen voor Elbert Lubberts en Cornelis Peters, Lubbert Willems, Lubbert Helmichs, Geryt Helmichs, Marten Cornelissen, Geryt Reyers en Nenne Helmichs voor het versterf van zal(ige) Trude Wynnen. [Rec.138, fol.4].

10 jun 1574: Marten Cornelissen en Marie Helmichs, zijn h.v., Gerrit Helmichs met Jutte zijn h.v., Gerrit Reyers en Cornelia, zijn h.v., dragen op aan Lubbert Helmichs en Truyde zijn h.v., met Nenne Helmichs, hun broeder en zuster, het versterf van hun moeye Tryde Wijnen (Rec.138, fol.74vso)

11.1.1579: Herman(na) wed. van Joest Dircks, bekent haar d(ochte)r Dirckje 6 gl, een bed en een kist m(et) g(oedvinden) v(an) Jan Dircks, oom van vaderswege.
Marge: 13.3.1602: Marthen Cornelis is quartens Dirckgens kwiteert. (Cornelis Martens zn. van Marten Cornelis tr. 1601 Dirckje Joesten). [Rec.138, fol.280vso].

11.1.1579: Jan Dircks sch(enkt) aan Dirckje onm(ondige) d(ochte)r van zijn zal(ige) broeder Joost Dircks, 1 gl. 's jaars.
Marge 13.3.1602: Marten Cornelis kwiteert. [Rec.138, fol.280vso].

6 dec 1606: Willem Jans bekent zijn 2 kinderen bij zal. Marie Helmichs (lees Mergen Martensen) 13 gld en 30 ellen beddeteykens, behalve de onr. goederen, met goedvinden van Marten Cornelis, oldevader van de kinderen van moederswege. (Rec.142, fol.23)

20 mrt 1632: Willem Melchiors en Anna Marthens echtel., Aelt Wijnen en Marie Marthens echtel., Willem Jansen als vader van zijn dochter Marie Willems, Ryckgen Pelen wed. van Jacob Thonis als bestemoeder van haar dochterskinderen bij zal[liger] Jan Marthens, Gijsbertje Everdts als moeder van haar kinderen bij zal[liger] Beerdt Marthens, Dirckje Cornelis als moeder van haar kinderen bij zal[iger] Cornelis Marthens, hebben met goedvinden van het gerecht verkocht aan Thiman Everdts en Aerdtgen Marthens echtel., een huis en hof tot Hierden gelijk zal[iger] Marten Corneliss het in zijn leven bewoond heeft (Rec. 145, fol. 436).

23 mei 1637: Rycket Peters en Cornelis Aelts borgen voor het erfhuis van zal[iger] Dirckje wed. van Cornelis Martens; Helmich Cornelis, Wouter Elberts en Henrick Jansen beloven de borgen schadeloos te houden (Rec. 146, fol. 218).

Uit dit huwelijk:
   1. v  Mergen Martensen (VERMEER), geboren circa 1570, overleden 1606.
Gehuwd op 30-11-1595 te Harderwijk met Willem JANSEN, van Hoophuysen. Hij hertrouwt met Gijsbertje Wouters van PUTTEN.
   2. m  Cornelis Marthens (VERMEER), geboren ca 1575 (zie VIId).
   3. v  Marie Martens (VERMEER), geboren ca 1578 (zie VIIe).
   4. m  Helmich Martensen (VERMEER), geboren ca 1580.
Gehuwd op 06-11-1608 te Harderwijk met Thoenisje Wilms van TELCHT.
   5. v  Anna Marthens (VERMEER), geboren ca 1583.
Gehuwd met Willem MELCHIORS (Wilm Melchersen), geboren circa 1576 te Hierden, overleden voor 1644, zoon van Melchior GOESSENS en Ryckje AERTS.

(zie ook opmerkingen bij Anna's ouders)

27 apr 1572: Geertje Melchiors met Eigbert Lubbertsen haar gec. momber bedankt haar vader Melchior Goessenssen voor het versterf van haar moeder Ryckje op 20 gl na. [Rec.137, fol.354].

22 nov 1573: Tilleman N. met Geert(je) Melchiors zijn hv. bedanken hun vader Melchior Goesens en Sophie zijn hv. voor het versterf van haar zal. moeder Ryckje Melchiors. [Rec.138, fol.45vso].

14 mei 1589: Bartholomeus Wolff en Geertje Melchiors zijn hv. bekennen dat Melchior Goesens hun gedaan heeft goede uitrichting van het versterf van de moeder van Geertje zal. Ryckje AERTS. Melchior Goesens schenkt aan Bartholomeus Wolff en Geertje Melchiors zijn hv. 25 gl en geloofde mede dat hij voor- of nakinderen bij zijn leven het ene kind niet meer zal geven als het ander.
Marge: 1 sep 1590 en 26 jan 1594, Geertje Melchiors kwijt. [Rec.139, fol.284vso].

26 jan 1594: Pilgrum Goerts borg voor Willem Melchiors, en Gerrit Roest voor Geert(je) Melchiors, Jan Ellerts voor Henrickje Melchiors, en Roloff Andries voor Wolf Melchiors, voor het versterf van zal. Melchior Goessens hun vader. [Rec.140, fol.23vso].

22 jun 1594: Wolf Melchiors en Jannetje zijn hv. en Henrickje Melchiros machtigen om te verkopen hun huis in de Grotemerktstraat tussen Anna Peters t.e. en Jan Willems van de Wall t.a.z. [Rec.139, fol.429].

5 mei 1595: Jan Frans en Henrickje Melchiors zijn hv. verkopen aan hun broeder en zuster Wolf Melchiors en Claesje Ryckets zijn hv. een hof. [Rec.139, fol.454].

15/20 okt 1603: Willem Melchiors machtigt ad lites tegen Adriaen Tops. Lubbert Thonis oud 52 jaar verkl. ter inst. van Willem Melchiors, dat getuige wel beangstigd is geworden van Adriaen Tops bode, maar dat hij niet gezien heeft dat de bode iemand gestoten heeft. [Rec.141, fol.230vos&231].

8 nov 1612: Willem Melchiors en Anna Marthens zijn hv. mut.test. [Rec.143, fol.126].

6 aug 1615: Lieffert Aerts em Willem Melchoirs borgen voor Helmich Gerrits en Aelt Wijnen voor het erfh. van Geertgen Wijnen. [Rec.143, fol.353].

1 jul 1630: Willem Melchiors en Anna Marthens zijn hv. mut.test. met lijftocht in hun huis en hofstede tot Hierden. [Rec.145, fol.329vso].

15 mrt 1631: Willem Melchiors en Anna Marthens echtel., verkopen aan Thimen Everdts en Aerdtgen Marthens echtel., een stukje land groot 3 spint gesays in Hierden achter die hoge Varen naast Jacob Lubberts t.e. en Grevencampe t.a.z. (Rec.145, fol.385vso)

20 jan 1642: Willem Melchiors, ziek, en Anna Martens zijn hv in hoge ouderdom, kunnen zij het gerede niet betalen wat zij van plan waren bij test. of quasi schuldbekentenis aan Jacob van Souten. [Rec.147, fol.13].

21 nov 1644: Anne Marthensm weduwe van Willem Melchiors also bij sententie van 13 nov 1644 van onwaarde verklaard is het transport bij comp. en haar zal. man ten behoeve van Jacob Willems Snel en Geertje Jans echtel., waarvoor 550 gl schuldig te zijn en voortaan 100 gl per jaar, onder verband van haar huis tho Hierden dat zij tegenwoordig bewoont en land; zij legateert aan genoemde Jacob en Geertje haar gerede goederen, hetwelk haar erfgenamen ab intestato moeten achtervolgen. [Rec.147, fol.87&87vso].


   6. m  Beerdt Marthens (VERMEER) (Bernt Martensen), geboren ca 1587 (zie VIIf).
   7. m  Jan Marthens (VERMEER) (zie VIIg).

 
Generatie VII

 
VIIa    Lubbert Martens (VERMEER), gedoopt te Hierden, overleden 1616, zoon van Marten Aerts (VERMEER) (zie VIa) en Geertje Henricks NOY (Gerritje Neuyen/Noyen).
Gehuwd (1) voor 1586 te Harderwijk met Jacobjen HARMENS, overleden voor 1607, dochter van Harmen JACOBS en Belie JACOBS.

4 april 1586: Dirck Jansen en Arntje, zijn hv., schenken aan Weyme Harmens 106 Gl.
Dirck Jansen en Arntje, zijn hv., dragen over aan Lubbert Martens en Jacobje Harmensm zijn hv., en Weyme Harmens ½ dagm.hooiland, daar Merten Aerts de wederhelft toebehoort in de Oldemehen naast Claes Martens ter eenre en Johan van Westhoutens erfg. ter andere zijde, en nog een stuk land genaamd het Ribbe in Hulshorst.
Lubbert Martens met Jacobje Harmens, zijn hv., en Weyme Harmens met Lubbert voors. haar zwager kwijten Dirck Jan en Aertje zijn hv. voor het versterf van zal. Harmen Jacobs en Belie, zijn hv., hun vader en moeder [Rec.139, fol.149vso/150].

Ondertrouwd (2) op 04-01-1607 te Harderwijk, gehuwd op 20-01-1607 te Harderwijk met Janneke HENDRICKS, dochter van Henrick JANS en N.N. Zij hertrouwt met Hendrick CORNELIS, hertrouwt met Jan RHENDEN,

6 jan 1607: Lubbert Marthens bewijst zijn 7 kinderen bij Jacobje Harmens ieder 28 gld daarbeneffens de 3 olste zonen onder hun drieen 20 schapen die hun datelick uitgericht zijn en Cornelis en Jan ten mondige dage ieder 5 schapen en de 2 meisjes ten mondige dage een kist en een bed en gekleed en geschoeid als men huysluyden kinderen behoort te doen, met goedvinden van Aert en Harmen de oudsten van de kinderen en Claes Harmens, Weyme Harmens en Bart Everts als oom, moye en neve van de kinderen van moederswege.
In de marge staat nog: Beeltje Lubberts en Reyer van Voorst en Gerrit Meynten als getuigen dat zij Beeltje en Aert Lubberts, Cornelis (?) en Naeltje Lubberts van deze bekenning voldaan zijn [dagtekening] 5 sep 1616. [Rec. 142, fol. 29].

20 jan 1607: Lubbert Marthens en Jannetje Hendricks, zij geass. met Henrick Jans haar vader, maken huwelijkse voorwaarden. [Rec.142, fol.32].

29 sep 1616: Aert Martens en Elbert Aerts borgen voor het erfh(uis) van zal. Lubbert Martens. Aert Lubberts, Jan Martens en Cornelis Lubberts beloven de borgen te vrijen. [Rec.143, fol. 433]

10 jan 1618: Jannetje Henricks wed. van Lubbert Martens schenkt aan Reyer Joachims en zijn kinderen 83 gld als rest van de koopsom van een hof (Rec. 143, fol. 513).

9 jul 1619: Jannetje Henricks wed. van Lubbert Martens bewijst haar 5 kinderen 567 gld en nog 175 gld die de voorst. kinderen aangerfd zijn van hun zal. broeder Aert Lubberts, de helft van een huis aan de Smeepoorterbrinck en de helft van Jannetjes moeders aandeel aan de Grescamp enz. met goedvinden van Noy Martens, Jan Henricks, Lubbert Lubberts en Peter Reyers als resp. oemen, mombers en broeder van de kinderen van vaders wege (Rec. 144, fol. 53).

22 apr 1626; Jannetje Henricks, wed. van Henrick Cornelis, met Henrick Jans haar gecoren momber alzo zij haar in de derde ehe wolde begeven, bewijst haar dochtertje Dielgen Henricks 100 dalers, m.g.v. Reyer Cornelis bloedoom.
Marge: deze bekenning is veranderd 20 maart 1628. [Rec.144, fol.442vso].

20 mrt 1628: Janneke Henricks geass. met Jan Renden, haar man, bekende haar kinderen, m.n. Jacobje en Marthen Lubberts bij zal. Lubbert Marthens en Dieltje welke zij bij zal. Hendrick Cornelis welke zij bij zal. Hendrick Cornelis geprocreëerd heeft van der kinderen vaders goed de helft van haar onroerende goederen t.w. 1/2 huis aan de Smeepoortenbrinck, de helft van Jannekes moeders aandeel van de Grescamp en van het hooiland op de olde meen enz. en voor het geerfde ieder kind 20 gl, met de bekenning zijn de voorgenoemde brieven d.d. 9 juli 1619 en 22 april 1626 te niet, met goedvinden van Jan Hendricks, Lubbert Lubberts, Jacobje Lubberts, Reyer Cornelis en Gerrit Cornelis, naaste vrunden van der resp. kinderen vaders wege.
Marge: 17 apr 1630, Frans Driess en Jacobje Lubberts, echtel., kwiteren. [Rec.145, fol.216].

17 apr 1630: Jan Renden en Janneke Hendricks echtel t.e. en Frans Driess en Jacobje Lubberts echtel, Lubbert Lubbertsen en Jan Hendricks momberen van Marten Lubberts, Gerrit Cornelis en Reyer Cornelis momberen van Dieltje, dochter van zal. Hendrick Cornelis t.a.z.
Jan Renden en Janneke krijgen een huis in het Heer Aeltsstraatje en het hooiland op de Olde Meen, het toezeggen en de gerechtigheid aan Cornelis Joachims erfpacht, een hofstede aan de Weitgrave in Hierden, gelijk Hendrick Cornelis hetzelve van zijn vader zal. Cornelus Joachims aangeërfd was, de helft van een hof buiten de Smeepoort en de helft van haar Jannekes moeder aandeel in de Grascamp, daarentegens krijgen de gezamelijke kinderen in het gemeen het huis aan de Smeepoorterbrink, het stuk hooiland aan de Munnikesteeg bepandschapt met 275 gld, de helft van de hof buiten de Smeepoort, daar de moeder de ander helft toekomt, de helft van des voors. Jannekens moeders aandeel aan de voors. Grescamp ¼ dagmaat in de Osseweyde, een kampje hooiland naast de Olde Meen, daar Peter Reyers het andere einde aan de z.o.zijde van toekomt (Rec.145, fol.314, 315, 315vso)

18 mrt 1644: In de boedel van Jan Renden en Janneke Henricks (eerder getrouwd met Lubbert Martens) echtel. de 'Osseweyde', waarvan Frans Driessen en Jacobje Lubberts echtel. pretenderen eem vijfde deel toe te komen als bij hun zal. broeder Aerdt (lees: Marten) Lubberts nagelaten [Rec.147, fol.72vso].

Uit het eerste huwelijk:
   1. m  Aert Lubberts (VERMEER), geboren circa 1585, overleden circa 1619.
   2. m  Harmen Lubberts (VERMEER), geboren circa 1587.
   3. m  Lubbert Lubberts (VERMEER), geboren circa 1588, overleden 1648.
   4. v  Beell ('Beeltje', 'Bette') Lubbertsdr (VERMEER), geboren circa 1589 te Hierden (zie VIIIa).
   5. m  Cornelis Lubberts (VERMEER), geboren circa 1590.
Gehuwd 1623 te Harderwijk met Gerritje WILLEMS.
   6. m  Jan Lubberts (VERMEER), geboren circa 1592.
   7. v  Naele Lubberts (VERMEER), geboren circa 1594 te Harderwijk.
Gehuwd 1621 te Harderwijk met Gerrit AUGUSTIJNS.

Uit het tweede huwelijk:
   8. v  Jacobje Lubberts (VERMEER), geboren voor 1610.
Gehuwd op 07-03-1630 te Harderwijk met Frans DRIESSEN (Andriesse), overleden na 1644.
   9. m  Marten Lubberts (VERMEER), geboren circa 1616 te Harderwijk, in leven in 1630, is dan onmondig, overleden voor 1648.

 
VIIb    Aertgen Marthens (VERMEER), geboren te Hierden, overleden ca 1621 te Harderwijk/Hierden, dochter van Marten Aerts (VERMEER) (zie VIa) en Geertje Henricks NOY (Gerritje Neuyen/Noyen).
Ondertrouwd (1) op 11-03-1604 te Harderwijk, gehuwd op 28-03-1604 te Harderwijk met Lubbert THOENISSEN, overleden < 08-1613.
Ondertrouwd (2) op 31-07-1613 te Harderwijk, gehuwd op 18-08-1613 te Harderwijk met Herman LUBBERTS.

15 aug 1613: Aertgen Marthens, weduwe van Lubbert Thoniss, met Marthen Aerts, haar vader, bekent haar 2 kinderen elk een bed, een kist met een rock en hoycke na huysmansdochteren gebruik en elk 125 gld. en een koe, met goedvinden van Jacob Jans en Cornelis Joachims naaste vrunden (=familie) van vaderswege.
In de marge: 26 mei 1634, Aeltje Lubberts is hiervan voldaan en bedankt haar moeder. [Rec.143, fol.195].

Ondertrouwd (3) op 07-07-1615 te Harderwijk, gehuwd op 23-07-1615 te Harderwijk met Tijmen EVERTS. Tijmen hertrouwt Derrickge Jans. Hij hertrouwt met Aeltje EGBERTS,

7 juli 1615: huwelijkse voorwaarden van Tyman Everts en Aertgen Marthens, wed. van Lubbert Thonis. [Rec.143, fol.349].

5 nov 1618: Bart Ryxen en Jannetje Everts, echtelieden, verkopen aan Tymen Everts en zijn h.v. een schepel gesaeys achter in Hierden aan de Sonneboom tegenover Steven Henricksgoed. [Rec.144, fol.5vso].

Uit het eerste huwelijk:
   1. v  Aeltje LUBBERTS, geboren circa 1606 te Hierden.
   2.   kind LUBBERTS, geboren circa 1608.

 
VIIc    Jan Martensen (VERMEER), geboren circa 1586 te Harderwijk/Hierden, overleden 1627 te Harderwijk, zoon van Marten Claesz (VERMEER) (zie VIc) en Willemke BRANDTS.


24 Marty 1611. Onderste regels: Jan Martensen (ende) Beell Lubberts van Hierde(n). Confir(matie) 10 April.

Ondertrouwd op 24-03-1611 te Harderwijk, gehuwd op 10-04-1611 te Harderwijk met Beell ('Beeltje', 'Bette') Lubbertsdr (VERMEER) (zie VIIIa),

2 apr 1611: Huwelijkse voorwaarden van Jan Marthens en Bette Lubberts, Jan Marthens brengt aan alles wat hem bij accoord van vader, moeder en broeders toegescheiden is en bij broeder en zuster geapprobeerd is, mits dat hij vader en moeder hun leven lang zal onderhouden, daartegens geeft Lubbert Martens met zijn dochter Beeltje Lubberts mee 60 gld en dat voor Beeltgens moeders versterf [Rec.143, fol.19vso].

Uit dit huwelijk:
   1. m  Lubbert Jans VERMEER, geboren circa 1612 te Hierden (zie IXa).
   2. v  Willemke Jans (VERMEER), geboren circa 1613 te Hierden (zie IXb).
   3. v  Jacobjen Jans VERMEER, gedoopt op 21-06-1620 te Hierden (zie afbeelding hieronder).

21 (juny) 1620. Jacobjen, Jan Martens ende Beeltjen Lubberts, Dogter, (van) Hijrden.
 
VIId    Cornelis Marthens (VERMEER), geboren ca 1575, overleden voor 1637, zoon van Marthen Cornelisz (VERMEER) (zie VId) en Marie HELMICHS.
Gehuwd op 29-11-1601 te Harderwijk met Dirckje JOOSTEN, overleden begin 1637 te Harderwijk, dochter van Joost Dircksz en Hermanna ...

23 mei 1637: Rycket Peters en Cornelis Aelts borgen voor het erfhuis van zal. Dirckje, wed. van Cornelis Martens; Helmich Cornelis, Wouter Elberts en Henrick Jansen beloven de borgen schadeloos te houden. [Rec.146, fol.218].

Uit dit huwelijk werden meerdere kinderen geboren, echter ontbreken in het archief de doopgegevens van vóór 25 aug 1618.

Uit dit huwelijk:
   1. m  Herman Cornelisz (VERMEER), gedoopt (nh) op 22-08-1619 te Harderwijk.

 
VIIe    Marie Martens (VERMEER), geboren ca 1578, vermeld als lidmaat in 1638, dochter van Marthen Cornelisz (VERMEER) (zie VId) en Marie HELMICHS.
Ondertrouwd op 25-10-1607 te Harderwijk, gehuwd op 08-11-1607 te Harderwijk met Aelt WIJNEN, geboren circa 1576 te Hierden, overleden 1637 te Harderwijk, zoon van Wijn EGBERTSZ en Geertje AERTS.

27 mrt 1629 Getuigenis over 6 schepel land in Hierden in de Lage Enck gebruikt bij Aelt Wijnen, dat eertijds door de olde Jan Wijnss placht gebruikt te worden. Getuigenis van Jan Alardts Visch, oud 43 jaar. [Rec.145, fol.262/262vso].

Uit dit huwelijk:
   1. m  Cornelis AELTS, geboren circa 1608 (zie VIIIb).
   2. m  Helmich AELTS, geboren circa 1610 (zie VIIIc).
   3. v  Lubbertgen (Lubbeke) AELTS, geboren circa 1612 te Harderwijk/Hierden (zie VIIId).
   4. m  Egbert (Eibert) AELTS, geboren circa 1615, vermeld als lidmaat in 1678 en 1682.
   5. m  Gerrit AELTS, geboren te Hierden, gedoopt op 20-12-1618 te Harderwijk, veehouder, overleden circa 1660.
Ondertrouwd op 09-01-1642 te Harderwijk, gehuwd op 23-jarige leeftijd op 26-01-1642 te Harderwijk met Bartje ROELOFS, 21 jaar oud, geboren te Hierden, gedoopt op 02-04-1620 te Harderwijk, jongedochter, dochter van Roelof PETERSEN en Cornelisje Reijers (SOEBERS). Zij hertrouwt met Jan ALBERTSEN,

5 juli 1660: Bartje Roelofs, wed. van Gerrit Aeltsen bewijst haar kinderen het vaderlijk goed als volgt: de peerde, cribbe, ploeg met zijn toebehoren geëstimeerd op 200 gl, 6 koebeesten 100 gl, 75 schapen en een binnen? ad 160 gl, de messe en janst? 100gl, het seat op het land 250 gl., 2 keutje 10 gl, totaal 820 gl, de portie van de kinderen wordt berekend op 264.10.-, de onmondige kinderen zullen bij de moeder blijven, met goedvinden van Cornelis en Eibert Aelsen.
Marge: 26 nov 1669: Teuniske Gerrits kwiteert haar moeder; 22 okt 1670: Aelt Gerrits kwiteert zijn moeder. [Rec.149, fol.32].

10 jul 1669: Huwelijkse voorwaarden van Jan Alberts en Bartien Roelofs ten overstaan van Cornelis Aelts, Henrick Cornelis en Aelt Gerrits [Rec.149, fol.32vso].

   6. v  Geertje AELTS, gedoopt op 04-03-1621 te Harderwijk (zie VIIIe).
   7. m  Jan AELTS, gedoopt op 23-11-1625 te Harderwijk.

 
VIIf    Beerdt Marthens (VERMEER) (Bernt Martensen), geboren ca 1587, overleden circa 1625. In 1625 heerste er een grote pestepidemie in Harderwijk: tussen juni en september werden 215 doden begraven. Zoon van Marthen Cornelisz (VERMEER) (zie VId) en Marie HELMICHS.
Gehuwd op 10-11-1611 te Harderwijk met Gijsbertje EVERDTS (Gijsbertgen Elberts).

13 Nov 1626: Gijsbertje Everdts zullende zich in de 2e ehe begeven bewijst haar 4 voorkinderen m.n. Marritje, Helmich, Claes en Marritje bij zal[iger] Beerdt Martens ieder 5 gld voor het gerede, in het gemeen blijft de erfenis die van zal[iger] Marie Helmichs aanbestorven is, met goedvinden van Cornelis Martens oom [Rec.145, fol.143].

Uit dit huwelijk:
   1. v  Marritje Beertsen (VERMEER), geboren circa 1612 te Harderwijk.
   2. m  Helmich Beertsen (VERMEER), geboren circa 1615 te Harderwijk.
   3. m  Claes Beertsen (VERMEER), geboren circa 1618 te Harderwijk.
   4. v  Marritje Beertsen (VERMEER), gedoopt op 12-04-1620 te Harderwijk.

 
VIIg    Jan Marthens (VERMEER), overleden 1624, zoon van Marthen Cornelisz (VERMEER) (zie VId) en Marie HELMICHS.
Gehuwd ca 1618 te Harderwijk met Toenisje JACOBSEN, dochter van Jacob THONISSEN en Ryckgen PELEN.

1 mei 1608: Jacob Thonis bekent zijn zwager en dochters man Jan Martens voor verdiend loon sch(uldig) te wezen 2 van zijn beste paarden, wagen en ploeg en de wol van een vierdel schapel om de wol te scheren voor 6 jaar dienen. [Rec.142 fol.144]

31 okt 1624: Aert Dircks en Cornelis Martens borgen voor de kinderen van Jan Martens, m(et) n(ame) Weyntje, Marytje, Geertje en Beert Jans, voor de erfenis van hun vader. Jacob Thonis als bestevader van de ki(nderen) belooft de borgen te vrijen [Rec.144, fol.365vso].

Uit dit huwelijk:
   1. v  Weyntje Jans (VERMEER), geboren circa 1619.
   2. v  Marytje Jansen (VERMEER), gedoopt (nh) op 09-04-1620 te Harderwijk.
   3. v  Geertje Jans (VERMEER), geboren circa 1621.
   4. m  Beert Jans (VERMEER), gedoopt op 30-05-1623 te Harderwijk.

 
Generatie VIII

 
VIIIa    Beell ('Beeltje', 'Bette') Lubbertsdr (VERMEER), geboren circa 1589 te Hierden, jongedochter, overleden na 1620, dochter van Lubbert Martens (VERMEER) (zie VIIa) en Jacobjen HARMENS.
Ondertrouwd op 24-03-1611 te Harderwijk, gehuwd op 10-04-1611 te Harderwijk met Jan Martensen (VERMEER) (zie VIIc),

2 apr 1611: Huwelijkse voorwaarden van Jan Marthens en Bette Lubberts, Jan Marthens brengt aan alles wat hem bij accoord van vader, moeder en broeders toegescheiden is en bij broeder en zuster geapprobeerd is, mits dat hij vader en moeder hun leven lang zal onderhouden, daartegens geeft Lubbert Martens met zijn dochter Beeltje Lubberts mee 60 gld en dat voor Beeltgens moeders versterf [Rec.143, fol.19vso].

Uit dit huwelijk: 3 kinderen (zie onder VIIc).
 
VIIIb    Cornelis AELTS, geboren circa 1608, overleden 1685 te Harderwijk, erfhuis 7 dec 1685, zoon van Aelt WIJNEN en Marie Martens (VERMEER) (zie VIIe).
Ondertrouwd op 01-07-1638 te Harderwijk, gehuwd op 18-07-1638 te Harderwijk met Jacobje JANS, 18 jaar oud, gedoopt op 21-06-1620 te Harderwijk.
Uit dit huwelijk:
   1. v  Beeltje CORNELIS, gedoopt op 29-09-1639 te Harderwijk, begraven op 28-03-1714 te Harderwijk.
Ondertrouwd op 07-04-1661 te Harderwijk, gehuwd op 21-jarige leeftijd op 28-04-1661 te Harderwijk met Eijbert HARTGERS, geboren te Doornspijk.

21 januari 1702: Beeltje Cornelis, wed. van Eybert Hartgersen, geass. met haar zoon Hartger Eybertsen, mede voor haar kinderen, verkoopt aan haar broeder Aalt Cornelissen ¼ part van een erfje in de buyrschap Hierden, zoals Beeltje Cornelis het bewoond, voor 250 gld [Rec.150, fol.179]

1 juni 1709: Helmich Cornelissen en Aeltje Jans, echtel., mede voor zuster Willempje Cornelis, wed. van Jochem Harmsen, en nigte Jacobje Aelts, wed. van Peter Roeloffsen, en BEELTJE CORNELIS, wed. van EYBERT HARTGERSEN, geass. met haar zoon Hartger Eybertsen,
dragen hun aandelen in twee stukjes zaailand genaamd het Corte of Viercante stukje aan de Beysterkamp in het Cloosterland en het andere in de Ossencamp in de Hierder Lagen Enck, zoals deselve aan haar vader en moeder in den jare 1649 den 20 januari vermogens zegel en brief zijn getransporteerd op aan Henrik Wijnen en Lubbertje Jans, echtel. voor 90 Gl. [Rec.150, fol.302]
.
   2. m  Aelt CORNELISZ, gedoopt op 27-02-1642 te Harderwijk, overleden voor 1709.
Ondertrouwd op 05-09-1663 te Harderwijk, gehuwd op 21-jarige leeftijd op 20-09-1663 te Harderwijk met Hendrikje Wouters, 33 jaar oud, gedoopt op 18-11-1629 te Harderwijk, overleden voor 1709, dochter van Wouter Elberts en Marretje Cornelis.
   3. v  Willemtjen CORNELISSEN, gedoopt op 19-04-1646 te Harderwijk, begraven op 12-12-1718 te Harderwijk.
Ondertrouwd op 13-03-1670 te Harderwijk, gehuwd op 23-jarige leeftijd op 01-04-1670 te Harderwijk met Jochem Harmens, 27 jaar oud, gedoopt op 06-07-1642 te Harderwijk, overleden voor 1696, zoon van Harmen Willemsen en Annetje Jochems.

5 april 1696: Claes Harmsen en zijn mondig kinderen Jacob, Henrick, Gerritje en Jutte Claes, hebben verkocht aan Willemtje Cornelis, wed. van Jochem Harmsen, 1/3 van een huis en hof en land, waarvan de koperse 2/3 bezit in Hierden, Cranenburchgoedje genaamd, voor 330 gl. [Rec.150, fol.53].

27 mrt 1706: Willempje Cornelis, wed. van Jochem Harmens, nevens Hendrik Jansen en Hendrickje Jochems; Jacob Jansen en Metje Jochems, Franck Jansen en Willemtje Jochems; Rycket Reyersen en Beeltje Jochems; dragen op aan Lubbert Jansen en Marritje Jochems echtel., een huis en hof te Hierden naast Jacobje Aelts t.e. en Naaltge Aelts t.a.z., voor 200 gl. [Rec.150, fol.235].

   4. m  Helmich CORNELISZ, geboren te Hierden, begraven op 16-10-1727 te Harderwijk.
Ondertrouwd op 04-03-1683 te Harderwijk met Aeltje JANS, begraven op 27-08-1720 te Harderwijk. Zij is weduwe van Wijne HARTGERSEN,

7 dec 1685: Jan Henricksen Mulder en Aert Jacobsen borgen voor Helmich Cornelissen wegens de nalatenschap van zijn vader Cnelis Aeltsen. [Rec.149, fol.147vso].
idem: Aelt Cornelissen en Eybert Hartgersen borgen voor elkaar wegens de erfenis van hun vader Cnelis Aelssen. [idem]

21 apr 1694: Hendrick Roelofs en Weyme Jans, echtel. verkopen aan Helmich Cornelissen en Aeltje Jans echtel., een huis en hof in Hierden, naast de verbrande plaats van Willem Alberts ten westen en Jan Willemsen ten oosten. [Rec.149, 'los stuk']

1 juni 1709: Helmig Cornelissen en Aeltje Jans echtel. mede voor haar zuster Willempje Cornelis wed. van Jochem Harmsen en nigte Jacobje Aelt, wed. van Peter Roeloffsen, en Beeltje Cornelis wed. van Eybert Hartgersen geass. met haar zoon Hartger Eybertsen, dragen hun aandelen in twee stukjes zaailand genaamd het Corte of Viercante stukje aan de Beystercamp in het Cloosterland en het andere in de Ossencamp in de Hierder Lagen Enck, zoals deselve aan haar vader en moeder in den jare 1649 den 20 januari vermogens zegel en brief zijn getransporteerd, op aan Henrik Wijnen en Lubbertje Jans, echtel. voor 90 gl. [Rec.150, fol.302].

19 maart 1716: Bekennen Roelof Petersen en Gerritje Henricks echtel., en Jannetje Peters geass. met Do.Henrick van Kalckenstein in deze haar gecoren momber, mitgaders Helmich Cornelissen en Gerrit Roelofsen als voogden van Wouter Petersen, welke voorn. Roelof Petersen en Jannetje Peters en Wouter Petersen als drie kinderen van zal. Peter Roelofsen en Jacobje Aelts in leven echtel. na de dood van hun twee gezusters Henrickje en Beeltje Peters de enigste erg. van dezelve, dat zij met eigen bewilliging door openbare loting gedeeld hebben hun vaste en ongerede goederen hierin bestaande te weten in drie percelen:
1e De oude camp met de Bosch, de Dwarsackers, 3 math op de Cromme Mehen;
2e Een huis met hof in Hierden op de derde Brinck, naast Willem Hartgersen t.e. en de wed. Lubbert Jansen t.a.z., het land van Cnelis Aaltsen zal. 1/2 mudde gesaeys op de bovenlanden, 2 kampjes ten eyndens de Schoumanswech, een math hooiland op de Oostermehen;
3e Een huis aan de steeg in Hierden, zoals bij hun zal. ouders is bewoond geworden naast Henrick Wijnen t.e. en de wed. Beert Jacobsen t.a.z., een kampje gen(aamd) Pinxterhoff, 6 schepels gesaey teyndens de Grascamp naast mevrouw Wolfss t.e. en Aart Cnelissen t.a.z., 1/4 part van 2 1/2 math hooiland onder de Bloemencampen.
Waarvan de 1e verkaveling is toegevallen aan voorn(oemde) Roelof Petersen, de 2e kaveling aan Jannetje Peters en de 3e verdeling aan Wouter Petersen.
Getekend 8 maart 1716, onder stond get. Roeloff Petersen; X dit is het merck van Gerritje Genricks mit eygen handen getrocken; Jannetje Peters; ¥ (omgekeerd) dit is het merck van Helmig Knelissen eygenhandig gezet; ++ dit is het merck van Gerrit Roeloffsen met zijn eigen hand getogen; Henricus van Kalckenstein als getuige.
Lager stond: P.S. alzo Helmich Cnelissen en Gerrit Roeloffsen het sterfhuis aan de heren overweesmeesteren, na haar seggen, hebben aangegeven, en tot antwoord bekomen, dat de ongerede goederen konden gedeeld worden en alsdan borgen zolden stellen, zo is het day zij voorn(oemde) zelfs praesenteren daar borgen voor te zijn.
Uit last derzelve: H.V. Kalckenstein.
Nog lager stond: Deze bij mij ondergeschr(even) geapprobeerd naerdien de borgtocht voort is aangenomen den 18 maart 1716. Was getekend W. van Holthe; D.Boonen. [Rec.151, fol.61vso]

30 dec 1719: Jacob Francken en Beertje Jans verkopen aan Helmig Cornelissen en Aeltje Jans echtelieden, 2 dagmaten hooiland in de Oostermehen op de Lange Elle naast die van Bart Petersen thans bij koperen mede bekocht., voor 330 gl. [Rec.151, fol.110].

11 jan 1721: Jan Petersen en Gerrit Jacobsen borgen voor het erfhuis van Aeljte Jans in leven huisvrouw van Helmig Cornelissen; Cornelis Helmigs, Jan Helmigs en Gerrit Lubbertsen namens zijn vrouw Lubbertje Helmigs, als kinderen en erfgenamen, beloven de borgen te vrijen. [Rec.151, fol.142].

18 aug 1724: huwelijkse voorwaarden:
Wij Helmig Cornelissen als vader en Jan Helmigsen als broeder van Cornelis Helmigsen toekomende bruidegom en wij Beert Wygmansen als vader en Johannes van Wessel als oom van Jannetje Beerts, toekomende bruid t.a.z. Als zij kinderen krijgen en er een kind sterft dan erft de nalatenschap niet op de andere kinderen maar op de vader of moeder die in leven zijn, als alle kinderen gestorven zijn gaat alles naar de zijde vanwaar de goederen bekomen zijn. Getekend 15 april 1719; geregistreerd 18 aug 1724. [Rec.151, fol.199].

18 aug 1724: Dezelfde huwelijkse voorwaarden met dezelfde getuigen van Jan Helmigsen bruidegom en Engeltje Beerts toekomstige bruid. Getekend 22 april 1719, geregistreerd 18 aug 1724. [Rec.151, fol.199vso].

9 jan 1727: Helmig Cornelissen verkoopt aan (Anthony) Westervelt een stuk weiland onder den huize Essenburg zijnde 3 kampjes Heymenackers genaamd, strekkende van de Hierderbeek tot aan het kampje van Jacob Jansen, voor 1000 gl. [Rec.151, fol.230vso].

21 okt 1727: Johannes van Wessels en Aelt Francken borgen voor het erfhuis van Helmig Cornelissen; Cornelis en Jan Helmigsen en Gerrit Lubberts namens zijn vrouw Lubbertje Helmigs, als erfgenamen, beloven de borgen te vrijen. [Rec.151, fol.248vso].


 
   VERMEER HARDERWIJK Blad 1 van 6 bladen.

Volgend blad    Laatste blad


Homepage

gemaakt met PRO-GEN 'Genealogie à la Carte' software